Op 11 juni 1964 werd in het Raiffeisenpark te Hoogeveen een beeld van een veenmol onthuld, ontworpen door beeldhouwer W.J. Valk. Het kunstwerk was een geschenk van de Bouwvereniging Hoogeveen aan de gemeente, ter ere van haar 50-jarig jubileum. Na meerdere beschadigingen kreeg de veenmol later een veilige plek in de binnentuin van het Raadhuis.

Toen het bestuur van de Historische Kring Hoogeveen een naam zocht voor het verenigingsblad, viel de keuze op De Veenmol. Bij nader onderzoek bleek dit bijzondere insect, anders dan de gewone mol, minder schadelijk dan gedacht. De veenmol leeft ondergronds in uitgebreide gangenstelsels en voedt zich vooral met insecten die wél schadelijk zijn voor planten. Tegenwoordig is de veenmol zelfs een zeldzaamheid geworden.

De oorsprong van de naam ‘De Veenmol’

Op 11 juni 1964 werd door de heer G.A. Pet een beeldplastiek van een veenmol onthuld in het Raiffeisenpark te Hoogeveen. Het was een geschenk van de Bouwvereniging Hoogeveen aan de gemeente, ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Bouwvereniging Hoogeveen. Ontwerper was de beeldhouwer W.J. Valk te Eelderwolde. Daar deze veenmol nog al eens beschadigd werd, heeft bij later een plaats gekregen in de binnentuin van het Raadhuis.

Het bestuur van onze kring heeft toch nog als naam voor onze periodiek ·’De Veenmol’ gekozen. Bij nader onderzoek bleek het diertje minder schadelijk te zijn, dan aanvankelijk werd gedacht.

Evenals de gewone mol graaft de veenmol een uitgebreid gangenstelsel onder de grond. Dat is dan wel het enige punt van overeenstemming. De gewone mol is een zoogdier, de veenmol een insekt.

In het bekende boek van Grzimek: ‘Het leven der dieren’, vinden we in deel II, dat over de insekten handelt, een paragraaf gewijd aan de veenmollen. We laten daaruit enkele gegevens volgen.De inheemse veenmol of molkrekel leeft zowel in lichte zandgrond, als in zware leemgrond. Het dier komt normaliter alleen in de paartijd, van mei tot juni, aan de oppervlakte. De ondergrondse gangen worden in alle richtingen aan­gelegd. Alleen om het nest heen verloopt een spiraalgang, die enerzijds uitmondt in het nest en waarvan het andere uiteinde ver daar vandaan aan de oppervlakte komt.

In het nest produceert het wijfje van mei tot november 200-300 eitjes in verscheidene legsels, zodat men er eitjes en larven van uiteenlopende leeftijd kan aantreffen. In het begin voeden de jongen zich met humus en met de in het hol naar beneden hangende worteltjes, waarvan het wijfje steeds nieuwe blootlegt door het afkrabben van de wanden. In volwassen stadium leven de veenmollen voornamelijk van dier­lijke kost, in het bijzonder engerlingen, ritnaalden, vlinderpoppen, meikevers en aardrupsen, dus hoofdzakelijk van schadelijk gedierte. Daarnaast eten ze echter ook de voor de rulheid van de bodem zo nuttige regenworm. Zelf hebben ze veel vijanden onder de vogels, mollen en spits-muizen. Ook de vorst en vooral een te grote vochtigheid kunnen de veenmollen fataal worden. Het dier dreigt uit te sterven.

Tot zover Grzimek.